Paul Keres 1 breekt betonschaak van Venlo

PK 1 heeft haar eerste punten van het seizoen behaald via een 6-4 overwinning op Venlo. Hoewel de uitslag wellicht anders doet vermoeden ging het vrij moeizaam. Dit kwam niet in de laatste plaats door het behoudende betonschaak van onze tegenstanders, die zich op vrijwel alle borden tevreden toonden met een remise. Weliswaar speelde Venlo met maar liefst vier invallers, maar zoals wijlen Johan Cruyff gezegd had kunnen hebben: ‘je ken niet winnen zonder te scoren’. We kunnen alleen maar hopen op een nieuwe Kasparov om de verderfelijke invloed van Magnus op met name de jeugd een halt toe te roepen. Anyway, na deze uiting van cultuurpessimisme is het hoog tijd voor een rondje langs de borden:

Aan bord 1 speelde Xander tegen de enige GM in het gezelschap, Andrei Orlov. Je zou zeggen, met vier invallers gaat de GM tot het gaatje om een overwinning uit het vuur te slepen, maar niets was minder waar. De witte openingsopzet was verre van ambitieus (Vierpaardenspel met 4.g3), en de immer goed voorbereide Oude Meester behaalde zonder problemen al snel een remise. Xander is topscorer met een prachtige score van 2,5 uit 3!

Aan bord 2 speelde Jan met wit, en het moge inmiddels algemeen bekend zijn dat Jan met wit vrijwel zeker een overwinning is. Hoewel (ook) Jan zijn ambitieniveau in de opening heeft verlaagd door mee te gaan in de Londen-trend, haalde hij een mooi punt binnen in een toreneindspel, na eerst de nodige kansen op een snellere overwinning te hebben gemist. Jan gaat na vorig seizoen dus gewoon door met winnen en staat alweer op 2 uit 2.

Hugo speelde aan bord 3 tegen de jeugdspeler Siem van Dael. Dit is zo’n voorbeeld van de in mijn ogen negatieve invloed van Magnus. Jeugdspelers van die leeftijd moeten gewoon lekker tactisch hakken – technische eindspelletjes en de geneugden van de Catalaan kunnen altijd nog geproefd worden als de middelbare leeftijd nadert. Hugo probeerde er natuurlijk alles aan te doen om spel te houden, maar als wit niet meedoet, vol voor de remise gaat via een vroege dameruil en zetherhaling, dan houdt het helaas even op. Een ‘correcte’ remise dus.

Joris aan bord 4 speelde tegen een andere jeugdspeler met wit tegen een Tarrasch. Deze partij was een welkome uitzondering op het algemene betonschaak-beeld; er ontstond al snel een heksenketel waarin zwart een pion offerde. Op een gegeven moment won zwart een verdwaald wit paard, maar wit kreeg er nog wat pionnen (waaronder een zeer sterke vrijpion) voor terug. Toen ik later nog een keer langsliep zag ik een zeer interessante materiaalverhouding. Joris had nog steeds zijn sterke vrijpion en een handvol stukken tegen een dame. Helaas wist zwart de witte koning uit te roken, waardoor hij kon vluchten in eeuwig schaak. Aan de inzet van Joris heeft het echter zeker niet gelegen!

Bij Paul aan bord 5 tegen Henk van Gool zag het er lange tijd ongeveer gelijk uit. Ook hier was de witte opzet ronduit slapjes, zodat Paul nooit in de problemen is geweest. Toen zijn tegenstander op zet 40 en 41 twee blunders achter elkaar maakte kon Paul verdiend een punt bijschrijven.

Aan bord 6 kwam Evert met het voor mijn gevoel curieuze idee om in een Konings-Indische aanval in plaats van het gebruikelijke Pbd2 en e2-e4, de zet Lf4 te spelen. Hoewel ik veel ervaring heb in deze opening, was dit plan mij niet bekend. Evert vertelde na de partij dat dit een zet van Kramnik is, met het idee om een pion te offeren met e2-e4. Zijn tegenstander deed echter niet de verwachte tegenzet, maar won na …Db6 de b-pion. Ik vond het eerlijk gezegd een beetje dubieus allemaal, maar op de een of andere manier kreeg Evert toch tegenspel en won uiteindelijk zijn geofferde pion terug. Na de nodige afwikkelingen resteerde een remise-eindspel.

Ik speelde zelf aan bord 7. Ik had thuis tijdens mijn voorbereiding al gezien dat mijn tegenstander met wit een beetje slap speelt, en had hiertegen een agressieve variant bekeken. Na 14 zetten zat ik nog in mijn voorbereiding en had mijn tegenstander al behoorlijk wat tijd gebruikt. Bovendien kreeg ik na wat aarzelende zetten van wit een enorme aanval. Zie de partij-analyse:

Aan bord 8 zat Gerben na een mislukte opening al snel tegen een vreselijke stelling aan te kijken. Zijn koning bleef in het midden staan en hij had grote moeite om zijn stukken te ontwikkelen. De nederlaag was dan ook snel een feit.

Voor de partij van Jan Jaap (bord 9) laten we onze voorzitter zelf aan het woord. We komen erin op zet 32, en Jan Jaap is aan zet:

“Alles was helemaal volgens plan verlopen. De witte stelling wankelt. Helaas had ik hier echter een idee-fixe en speelde, na ook nog eens belachelijk lang nadenken, 32… Ta4+, met het idee dat dit mat zou lopen. Dat was echter niet waar: na 33. Pxa4 bxa4+ 34. Pxa4 was er geen mat, aangezien wit steeds Pb4 ertussen kan zetten. Zowel 34…Lc3 als het gespeelde
34…Pxe4 leidde uiteindelijk tot een slecht eindspel. 32…Ta4+ zag er echter zo
mooi en thematisch uit dat ik niet wilde geloven dat er geen mat was. Een karakterzwakte. Simpele winst was zowel 32…Kb6 als het iets moeilijkere 32… Tc8. Beide mikken op …Tc4 mat en daar is weinig aan te doen…”

En dan zijn we alweer aan bord 10 aanbeland, alwaar Willem speelde. Ik heb niet heel veel van zijn partij meegekregen, want hij eindigde vrij snel in een (Willem kennende), waarschijnlijk correcte, remise. Samenvattend een overwinning waar niet veel op af te dingen valt. De volgende ronde ‘mogen’ we uit tegen de titelfavoriet HWP Sas van Gent. Als we compleet zijn heb ik alle vertrouwen in een goede afloop!