Paul Keres 1 doet zichzelf tekort

door Jan Breukelman

Het is altijd een feest om door Amsterdam Zuid te lopen, zeker op een zonnige zaterdagmorgen. Zodra je het hoogbouwgeweld van de Zuidas achter je hebt gelaten en de Minervalaan met dubbele rij Vleugelnootbomen in noordelijke richting afloopt, voel je je een blije stedeling. Hier heeft een stedelijke inrichting plaatsgevonden die klopt. Je waant je al in de wereld van Berlages Plan Zuid (1914), hoewel de vrijstaande moderne woningen niet met dit beeld stroken. En inderdaad, het zuidelijke deel van Berlages plan is grotendeels ingericht conform het Algemeen Uitbreidingsplan van Van Eesteren en de zijnen uit 1934. Geen Minervalaan als parkway (zoals de Apollolaan in het wel conform het origineel uitgevoerde noordelijke deel van Plan Zuid); niet als “winkelgalery” zoals aangegeven op het originele plan (het winkelstraatkarakter werd overgenomen door de meer naar het oosten gelegen Beethovenstraat) en ook niet als centrale toegangsas naar het station, maar meer als woonstraat. Aangenaam vertoeven in een omgeving waar het credo licht, lucht en ruimte niet geresulteerd heeft in honingraatflats met Bijlmeronveiligheid. Aangekomen bij het Zuider Amstelkanaal zie je een volgende stedenbouwkundige trendbreuk met het verleden: de versobering van de singels. Recht en breed met eenvoudige bruggen, heel wat anders dan de Engelse landschapsinrichtingen van Zocher (zoals in Utrecht). Voorbij het kanaal maken de Vleugelnootbomen plaats voor Lindes, maakt de open bebouwing plaats voor gesloten bouwblokken en verwordt het stratenpatroon tot een aaneenschakeling van kaarsrechte lanen en wegen: hier treft men Plan Zuid in volle glorie.

Het is zeer waarschijnlijk dat dit alles niet dit door de hoofden van het elftal van Paul Keres I (dat wil zeggen: 10 veldspelers en de barvrouw, die in de trein al op cakejes had getrakteerd) speelde, daar de helft met vrijdagavondfeestjes en bijbehorend drankoverschot en slaaptekort te kampen had. Zo legde Hugo uit dat er in zijn hoofd een strijd plaatsvond tussen hoofdpijn, Livin’ La Vida Loca en “één of andere foute Duitse schlager”, Peter gaf aan dat hij moest proberen de hoofdpijn te laten winnen.  De speelzaal werd bereikt en op bordvolgorde speelde zich de volgende strijd af:

  1. Hugo speelde een Italiaans systeem à la Tiviakov en bereikte de opstelling Lb3, Df3, Pf5, Pe3 met pionnen op c3, d3, e4 en korte rochades. Optisch een plusje, maar zoals wel vaker in dat soort stellingen is het vervolg nog wel eens moeilijk te bedenken, er kan immers maar één stuk tegelijk op veld f5 staan. Wat er de volgende tien zetten gebeurde, is mij ontgaan, maar ineens stond Hugo een zuivere kwaliteit achter die in het eindspel op kalme wijze door zijn tegenstander werd verzilverd. Wellicht dat de hoofdpijn het toch had moeten afleggen tegen hardnekkige deuntjes.
  2. Peter kwam in een typische Leningradstelling waarin zwart op de koningsvleugel spel probeert te krijgen, terwijl wit het centrumvoordeel uit gaat bouwen. In plaats van consequent op de aanval te spelen en het centrum zo dicht mogelijk te houden, kwam de boel daar open te liggen. Zonder stabiel centrum geen geslaagde flankaanval, zo bleek andermaal.
  3. Xander speelde een klassieke drukpartij tegen het solide Slavisch van zijn tegenstander. Dat de variant die hij speelt niet ongevaarlijk is, bewees hij al eens in 2006 door een speler van het kaliber Jan Smeets hardhandig aan de kant te zetten. Dit keer dus meer op de positionele toer, maar na dameruil bleek het stukkenspel van Xander zijn venijn nog niet verloren en werd een zwarte toren ingesloten, met onmiddellijke opgave tot gevolg.
  4. Ondergetekende dacht na 17 zetten een les te krijgen in het verschil in samenwerking tussen de stukken. In een hangende pionstructuur kwam het zwarte paard op a6 te staan en werd de witte druk op de koningsvleugel consequent opgevoerd. Met 19.Tfc1? begaf wit zich echter op een dwaalspoor en kon zwart profiteren door de harmonie te herstellen en in de daaropvolgende tactische schermutselingen het hoofd koel te houden. Onderstaand de volledige winstpartij, die volgens de FIDE rating calculator de FM titel betekent.
  5. Paul speelde een model-Spanjaard, deed drie opeenvolgende slechte zetten en stond nog steeds goed. Een prachtig loperpaar in combinatie met spel over de halfopen f-lijn leek wit een gewonnen middenspel op te leveren, maar Paul tastte mis met een dame-uitval naar a7 om deze een zet later over dezelfde diagonaal terug te halen. Een eindspel volgde waarin Paul tot overmaat van ramp niet zijn eigen stukken, maar die van zijn tegenstander activeerde. Het gelijk lopereindspel met een dubbelpion voor Paul en potentiële vrijpionnen voor zijn tegenstander leek binnen de remisemarge, maar was in de praktijk onhoudbaar.
  6. Jan Jaap speelde een Panov en was na een zet of acht out of book. Na de partij gaf JJJ de zet aan die hij nog kende, zijn tegenstander gaf aan dat dat twintig jaar geleden gespeeld werd en onze voorzitter stemde toe dat hij toen waarschijnlijk voor het laatst deze variant bestudeerd had. Het leek een miniatuur te worden, maar met actief tegenspel hield zwart zich staande en mocht vluchten in een eindspel met T+P tegen T+L en 3 of 4 pionnen ieder. De loper was een tikkeltje beter, maar winst zou het niet opleveren, was de algemene gedachte. Helaas bleek tegenstander Bezemer uit taaier manoeuvreerhout gesneden en werd ook dit eindspel verloren.
  7. Nieuwkomer Raymond speelde een agressieve partij tegen het Frans, compleet met stukoffer en opstomen van pionnen. Helaas liet hij een dameruil op b3 toe, waarna de koning naar de onderste rij moest en zwart met behulp van matdreiging genoeg tempi had om zijn stelling weer op orde te krijgen. Wit pakte in de tussentijd echter genoeg pionnen mee, om naar remise te kunnen keepen.
  8. De partij van Gerben verliep op het oog vrij regelmatig met wellicht een klein plusje voor zwart in het eindspel, maar niet voldoende voor winst.
  9. Hetzelfde gaat eigenlijk op voor Bert die met zijn tegenstander een degelijke partij produceerde waarin weinig aan de hand bleek. (Ik moet eerlijk bekennen dat ik mij van deze partij niets meer voor de geest kan halen, een teken van weinig spektakel?)
  10. Fliert is terug in PK1! In een geweigerd damegambiet, koos wit de opstelling met Lxf6 Lxf6. Dat roept herinneringen op aan Karpov-Kasparov, 4e matchpartij 1985, één van de klassiekers op het gebied van aanvallen met ongelijke lopers. In die partij doet Karpov vanaf zijn 22e zet  17 opeenvolgende zetten op een wit veld! Ook in deze partij drong zich de vraag op waarom wit niet over de witte velden ging spelen (met g4 en h5 in dit geval). Het witte openingsvoordeel verzandde, Wim kreeg zijn lopers en zware stukken aan de praat en uiteindelijk besliste wits koningsonveiligheid het D+T tegen D+T (eind?)spel.

Een nederlaag dus, die vooral ingegeven lijkt door onfitte topborden en onjuiste behandeling van het strategische eindspel.

Caïssa 2238 Paul Keres 2245 5½-4½
1.  Michael Wunnink 2283 FM Hugo ten Hertog 2353 1-0
2.  FM Jasel Lopez 2233 Peter Lombaers 2286 1-0
3.  Ivo Timmermans 2219 IM Xander Wemmers 2386 0-1
4.  GM Hans Ree 2344 Jan Breukelman 2293 0-1
5.  FM Marc Overeem 2163 Paul Hommerson 2278 1-0
6.  FM Arno Bezemer 2283 Jan Jaap Janse 2216 1-0
7.  FM Rob Witt 2224 Raymond de Rooij 2208 ½-½
8.  Alje Hovenga 2213 Gerben Veltkamp 2140 ½-½
9.  Enrico Vroombout 2156 Bert Both 2156 ½-½
10.  Robert Kikkert 2261 Willem van de Fliert 2136 0-1

 

Ree,Hans (2341) – Breukelman,Jan (2290)

1.b3 Pf6

Kleine anekdote: vrijdagnacht postte Xander een foto op facebook (“Voorbereiding”) met achtereenvolgens een Whiskyfles, 2 gevulde glazen, een opgezet schaakbord en een ijverige Breuk die de klok eens aan gaat zetten. De volgende ochtend reageert Sadler met: “Hmm…wordt het dan 1.b3 c5 vandaag?” Hij zat er niet ver naast!

2.Lb2 e6 3.Pf3 b6 4.e3 Lb7 5.d4 Le7 6.Ld3 0–0 7.0–0 c5 8.c4 Pc6

Dit is met het oog op het vervolg van de partij een onhandige. Zwart staat namelijk toe dat wit hem hangende pionnen kan geven en zoals bekend hoort het paard dan op d7.

9.Pc3 d5 10.cxd5 exd5 11.Tc1 Pb4

11…cxd4 12.exd4 Ld6 en de muziek is er al zo’n beetje uit. Wit lijkt voordeel te hebben van zijn extra Tc1, maar door de dreiging Lf4 is van tempowinst geen sprake.

12.Lf5!?  Pe4 13.a3 Pxc3 14.Txc3 Pa6 15.Pe5 g6 16.Ld3 Lf6 17.f4 Dd6 

 [r4rk1/pb3p1p/np1q1bp1/2ppN3/3P1P2/PPRBP3/1B4PP/3Q1RK1 w – – 0 1]

Dit voelde tijdens de partij aan als: Jan krijgt een lesje harmonie en stukkenplaatsing (vergelijkt u bijvoorbeeld eens de paarden). Hoewel wits volgende zetten natuurlijk aandoen, geeft hij hiermee feitelijk het voordeel uit handen. Aangewezen was een terugzet met de toren (nu of na iets als Df3 of ook het gespeelde De2) en doorborduren op de lange diagonaal en f-lijn. Moet zwart zich inlaten op cxd4 exd4, dan staat hij altijd slecht.

18.De2 Pc7 19.Tfc1? Pe6

De harmonie is hersteld en het zwarte paard heeft aan zijn imago gewerkt.

20.Pg4 Lg7 21.f5 cxd4!

Vooral niet 21…Pxd4? 22.exd4 Lxd4+ 23.Kh1 Lxc3 24.Lxc3 d4 25.Ld2 en het enige wat zwart heeft bereikt is dat wits zwartveldige loper om moet lopen om de zwarte koning mat te gaan zetten.

22.T3c2

Alle combinaties gebaseerd op 22.f6 en matpogingen met paard en loper falen op Tfc8 (maakt veld f8 vrij voor de loper) gevolgd door Tx(L)c3. Ook 22.exd4 Pxd4 23.Df2 Pxf5 24.Lxf5 d4! levert wit onvoldoende op (maar niet 24…gxf5? 25.Pf6+!! en wit wint).

22…Pc5!

Het is grappig dat een computer eerst nog probeert te claimen dat 22…gxf5 mogelijk is, terwijl geen mens dat zou spelen. Na wat minuten moet het ding dan ook toegeven dat de zwarte koningsstelling toch wel wat zwak wordt.

23.Tf1? Wit had zich moeten schikken in een afruil naar een remisestand waarin de zwaktes van e3 en d5 i.c.m. veld c7 elkaar in evenwicht houden: 23.f6 Lxf6 24.Pxf6+ Dxf6 25.Lxd4 Dg5 26.Lxc5 bxc5 27.Txc5 Tae8 28.Te1 Te7.

[r4rk1/pb3pbp/1p1q2p1/2np1P2/3p2N1/PP1BP3/1BR1Q1PP/5RK1 b – – 0 1]

Welke zet geeft zwart beslissend voordeel?

23…Lc8! 24.Lxd4 Pxd3 25.Lxg7 Kxg7 26.Dxd3 Lxf5 27.Txf5 gxf5 28.Dxf5 Tae8

28…Dg6 29.De5+ f6 30.Tc7+ Tf7 31.Pxf6 en zwart wint nog met Db1+ en Taf8, toch is het dit soort varianten dat ik graag vermijd.

29.Td2 Dg6 30.Df3

30.Txd5 Dxf5 31.Txf5 Kg6 32.Tf3 f5 33.Pf2 Tc8–+ gevolgd door Tfd8 en een dubbele toreninvasie.

30…f5!

Euwe: “Materieel voordeel komt het best tot zijn recht in de aanval. Speel dus agressief, maar natuurlijk niet roekeloos. (…) Ja, ook in stellingen met materieel overwicht kan men combineren. Of juist in die stellingen!” (Oordeel en Plan, pp. 14–15).

31.Pf2 f4

En terwijl wit 32.e4 nog trachtte uit te voeren ging hij door de vlag. De stelling is hopeloos verloren. Volgens de FIDE website betekent deze winst een ratingverandering van +11.4, oftewel de FM titel!

0–1