Ontspannen middag voor PK2

De dag voor een KNSB-ronde ben ik altijd een beetje onrustig. Ik snap echt wel dat goed voorbereiden de kans op een goed resultaat vergroot. Schaken uit een boekje is alleen zo saai. Tegelijk gaat het om een belangrijke teamwedstrijd, dus mag je best wat inspanning verrichten. Enfin, daarover piekerend liep ik vrijdagmiddag over straat, tot ik ineens een achtergelaten stapel boeken tegenkwam. Kennelijk wilde een buurtbewoner van zijn collectie af, was het Rode Kruis te ver weg en lagen ze er voor wie wat wilde. Tussen alle Tom Clancy’s en Bridget Jonesen vond ik ineens de biografie van Hein Donner door Alexander Munninghoff. Zo werd de zaterdagochtend toch aan schaken besteed, maar op een veel leukere en ontspannen manier. Dat het onderwerp van het boek een even grote luiaard was als ik, kon een prettig toeval worden genoemd.

En ja, de degradatiekraker tegen HSC Helmond ging al even ontspannen. Op de een of andere manier hing er iets in de lucht: zowel bij PK1 als PK2 gingen er veel messen door de boter. Het eerste punt was voor invaller-kopman Dirk, die het onhandige witte boeltje eens aanzag en er toen een stuk af vorkte. Tegelijk pakte buurman Wim ook al een stuk en was de winst daar een kwestie van tijd. Dat was genoeg voor mij om op een zetherhaling in te gaan tegen hun eigenlijke kopman.

Eigenlijk was dat nog vrij voorzichtig, want we gingen ruim winnen. Hein Piet bezorgde zijn opponent een Scandinavische nachtmerrie: pion d5 pakken, er eindeloos aan blijven hangen, het ding op een juist moment teruggeven en profiteren van de gaten. Die had zo in een boekje gekund. Bij Simon al net zoiets, ook hier hoefde onze man niet veel meer te doen dan incasseren van wat er aangeboden werd. Er hing echt iets in de lucht.

De beste partij van de dag was van Anton, die een gedegen kennis van het KI combineerde met een eigen concept. Hoe hard iedereen het ook probeerde in de analyse, onze bard bleef de witte stelling maar winnen. Zo was het inmiddels 5,5-0,5, stond het bij het eerste ook al 4-0 en voelde ik me met een halfje toch wat armoedig. Een soort schoolklas waar iedereen een acht heeft, maar jij een zes. Gelukkig voelde Erik dat goed aan, deed hij braaf iets fout in het middenspel en moest hij daarna hard keepen in een ongelijk-lopereindspel. Halfje.

Het wachten was toen nog op Elmer, die op zijn onnavolgbare wijze naar een prima stelling toewerkte. Wit stribbelde echter hevig tegen en heel gemakkelijk was het niet. Elmer dacht via een stukoffer een pion naar de overkant te krijgen en meteen uit het eeuwig schaak te lopen, maar dat klopte niet: schaakje, stuk eraf, schaakje, pion eraf en daarna werd het ook nog mat. Een ongelukkige nul en een bewijs dat we niet helemaal onkwetsbaar waren. Met 6-2 viel er natuurlijk prima te leven.

Zo staan we weer boven de streep, maar we zijn er nog niet: Helmond en PION, de volgende tegenstander, hebben ons nog in het zicht. Over twee weken moeten we ons definitief veilig spelen.